Eilandhoppen voor de Schotse kust

Vannacht heerlijk geslapen in het hotel, ik werd om kwart voor vijf nog even wakker en kon het niet laten om een fotootje te maken van het uitzicht, terwijl het alweer ochtend werd. We doen een vroeg ontbijt om 7.30, want we moeten met een vroege ferry terug naar Mull. Dit zal een dag worden met héél veel foto’s, want we gaan op een boottour naar Staffa en Lunga, één van de Treshnish eilanden, waar de papegaaiduikers, of in het Engels: puffins, broeden. En volgens de folder van de touraanbieder is het puffin therapy: “Puffin therapy was given official recognition in 2011 by psychologist and wellbeing expert dr. Nick Baylis who said: ‘Communing with the wild, and with birds like puffins, is as important as sunshine, or sleep, or Vitamin C. Puffin therapy is a great way to get that fix you need.'” Nou, als een wellbeing expert het zegt, zal het wel precies zijn wat we nodig hebben! 🙂 En mooi om de puffins toch nog te zien dit jaar! Toen ik in februari in IJsland was, waren de puffins nog op zee, maar nu in de zomer zijn ze aan land om te broeden, ook hier in Schotland.

 

 

We rijden deels dezelfde route terug en wat verder richting de plek waar de ferry naar Ulva gaat. We zijn precies op tijd en kunnen zo de boot op en vertrekken 5 minuutjes later. Ik ga op het dek staan om een zonnetje mee te pakken en wat foto’s te maken. Ondertussen denk ik aan iedereen thuis en beloof ik mezelf dat ik volop zal genieten, want het leven is veel te kort. De wind rukt om ons heen en de boot danst op de golven. Het landschap en de zee zijn schitterend. In de verte liggen heel wat eilanden en na bijna een uur komen we bij Staffa, het pilaren eiland. Al vanaf een afstand kunnen we de basalt columns goed zien en we varen een klein stukje om het eiland om de grotten te kunnen bekijken vanaf de boot. Dan gaan we aan land en hebben een uur om het eiland te verkennen. We gaan eerst in de bekende Fingal’s Cave kijken. Eén van de mensen op onze tour heeft een fluit meegenomen en speelt op haar fluit in de grot. Zal wel op haar to-do-lijstje staan (#goals moet ik direct even aan denken 😉 ). Daarna klimmen we naar het bovenste deel van het eiland wat helemaal bedekt is met gras en bloemen en Bartek vindt al snel een plekje om in het gras te liggen. Ik maak er een foto van, maar het wordt een soort “Zoek Wally” plaat. De wind waait hard en zon staat op onze gezichten, het is een heerlijke dag, ik zou de hele dag wel op dit eiland kunnen blijven. Dan stappen we weer op de boot.

 

 

In ongeveer 25 minuten varen we naar Lunga, het grootste eiland van de Treshnish eilanden, waar de puffins in de zomer broeden. We moeten een aanlegsteiger van een boei halen en daarmee gaan we aan land. We komen op de grote stenen aan de kust uit, waar we over de stenen moeten lopen. Onze tour heeft vooral ouderen en ik zie zelfs een oudere man met een stok, die de ook over de stenen hupt. De papegaaiduikers vliegen ons al om de oren en we lopen naar hoger gelegen stukken om ze van dichtbij te bekijken. De hele uiterste richel van de berg is bedekt met holen waar de vogels in en uit lopen om hun nestje te maken. De vogels maken bijna geen geluid en ze zijn ook helemaal niet bang voor mensen, we kunnen heel dichtbij komen. We hebben twee uur de tijd en we wandelen het eiland over. De vogels zitten echt overal. We komen bij een klein eilandje vol met alken, die wel echt heel veel lawaai maken met z’n allen. We blijven nog een halfuurtje naar de papegaaiduikers kijken op de teurgweg naar de boot en het is inderdaad erg rustgevend (het was nóg beter geweest als niet het hele eiland vol zou staan met toeristen). Die wellbeing expert had wel gelijk, je kan hier zo een dag zitten, vogels kijken en er volkomen relaxt weer vandaan komen. Als we langs de kleinere eilanden varen, zien we ook nog zeehonden. De zon komt al lager te staan en glinstert op het water.

 

 

Als we terug zijn op Mull begint m’n hoofd te gloeien als een gloeilamp en als we in Craignure staan te wachten op de ferry lachen Bartek en ik elkaar uit om onze rode gezichten. We eten nog wat in Oban, waar het superdruk is op een zaterdagavond. Als we eindelijk klaar voor vertrek richting Glasgow zijn, is het al tien uur, de zon gaat onder. De rit duurt toch nog best lang en ik val al bijna in de auto in slaap met m’n ontzettend rozige hoofd. Eenmaal thuis val ik als een blok in slaap, wat was het een heerlijke trip naar het ruige landschap van Schotland.

 

 

By | 2017-01-14T13:34:34+00:00 June 25th, 2016|0 Comments

Leave A Comment