Het eiland Olchon

Na aankomst in Irkutsk ben ik met de tram naar centrum gegaan om een minibusje te nemen naar Olchon. Olchon is het grootste eiland in het Baikalmeer, en het meer is het grootste zoetwater reservoir ter wereld. Hier bevindt zich 20% van al het zoet water ter wereld. Het meer is zo groot dat je twee dagen nodig hebt om van de ene naar de andere kant te varen.

Maar goed, even genoeg feitjes en terug naar wat er gebeurde (wat ook best spannend was :p). De tram was snel gevonden, hij stopte pal voor het station dus dat was ideaal. Simon en Nastja hadden me uitgelegd waar ik naar toe moest, dus dat was ook geen probleem. Ik keek wat om me heen op het station en in de tram, en mijn eerste indruk van Irkutsk was: wat een vieze oude stad. De straten en stoepen lagen er half uit, de houten huisjes zagen er allemaal half ingezakt uit, de auto’s leken kris kras door elkaar te rijden en overal hing een beetje een pislucht. Ik was blij dat ik hier direct weer vandaan mocht. In het centrum had ik het busje gelukkig snel gevonden, maar de chauffeur was er nog niet en volgens het mannetje daar die alles in de gaten hield, moest ik wachten totdat hij terug kwam. Er zaten al mensen in het busje, waaronder twee Nederlandse meiden waar ik even een praatje mee maakte en ik kwam erachter dat het busje om 9 uur zou vertrekken. Ik heb maar even buiten het busje op de chauffeur gewacht, want het mannetje hield me streng in de gaten en zodra ik bij het busje in de buurt kwam waarschuwde hij me al. Eindelijk kwam de chauffeur eraan, hij propte mijn tas nog even achterin, ik betaalde 600 roebel en we konden gaan. Er pasten 14 mensen in het busje plus de chauffeur. We waren al met 11 na twee stops (wat al behoorlijk krap was omdat sommige Russen behoorlijk fors zijn), maar we reden toch nog even bij het bus station langs om nog twee mensen op te pikken. Het was een stel dat ook bij mij in de trein zat, een Franse jongen en een Pools meisje. Ze vertelden later dat hij in de ICT werkte en zij architect was, maar daar ze hun banen hadden opgezegd om samen een jaar lang een wereldreis te maken.

Nadat zij waren ingestapt gingen we naar Olchon in het minibusje, gereden door onze Russische chauffeur. Het minibusje zelf was een gammel, met ducktape en plamuur bij elkaar gehouden ding waarvan de deur niet goed open en dicht ging, het raampje niet goed sloot en dat aan alle kanten rammelde als een gek. Onze chauffeur had een fantastische rijstijl, wat precies bij het busje paste, op z’n Russisch/Pools, wat betekent: ‘Je kunt best inhalen als er van de tegenliggenende kant iemand aankomt, met z’n drieën naast elkaar past prima..’ en ‘Snelheidslimiet is slechts een richtgetal’. Ik denk dat mam niet veel van het landschap zou hebben meegekregen en alleen maar met haar ogen dicht zou hebben gezeten. Ik keek vooral door het zijraam naar buiten, dan was het prima. Tijdens het eerste deel van de rit, net buiten Irkursk zien we nog niet veel van het landschap omdat het erg mistig is, ochtend kilte. We zien alleen af en toe een koe bijna op de weg en heel veel rommel in de berm, blikjes, plastic flessen en tasjes, autobanden. We stoppen nog even na een uurtje ergens langs de weg om wat aardappels op te halen die op het dak gebonden worden en we vervolgen onze rit over de slechte weg. Na anderhalf uur klaart het ineens op een kunnen we genieten van het uitzicht dat vanaf dan heuvelachtig wordt. Na twee uur stoppen we bij een houten huisje waar kafe op staat en de chauffeur zegt: Lunch! Wat eigenlijk betekent: koop iets wat je zo kan meenemen en dan gaan we weer, want onze thee is nog heet als hij aangeeft dat we weer verder gaan. Het landschap is prachtig, heel kaal en geel-bruin, eigenlijk zoals ik me Mongolië had voorgesteld, maar we zijn nog in Rusland.

Een kwartiertje rijden vanaf het cafeetje komen we door een dorpje en daar staat een meisje op een bus te wachten, we hebben nog één plekje (en heel kleintje, dat wel) en ze rijdt mee. Ik zit op een opklapstoel recht voor de uitgang en telkens als er iemand in of uit moet, moet ik er ook uit, maar dat vind ik geen probleem, dan kan ik soms even buiten de auto een fotootje maken. Met het busje overvol zijn we zo zwaar beladen dat de chauffeur heuvelopwaarts even twee of drie versnellingen terug moet schakelen. Buiten is de kale vlakte vervangen voor bosachtig gebied en het is zo mooi dat ik al wel 100 foto’s heb gemaakt voordat we bij de boot zijn 🙂 het is een heuvelachtig gebied en de felgele en lichtgroene bomen steken fantastisch af tegen het donkerbruin verdorde gras. De chauffeur rijdt heuvelafwaarts stevig door en tegen de heuvels op hebben we dan weer wat vaart. De omgeving wordt steeds kaler naarmate we hoger komen, rotsen, gras en slechts nog een enkel boompje. We stoppen bij een dorpje en we stappen allemaal uit, de chauffeur gaat één van de passagiers even wegbrengen. Er lopen nog wat mensen rond en je kunt hier al heel duidelijk de Aziatische invloeden in het uiterlijk van de mensen zien. Na 5 minuutjes is de chauffeur terug en de ene persoon die is uitgestapt wordt direct vervangen door twee andere, en vader en zoon van ongeveer 10 die bij vader op schoot gaat (het kan allemaal hier) en we gaan weer. De omgeving wordt kaler en kaler en op een gegeven moment wordt de, toch al niet al te beste, weg een onverharde weg met heel veel kiezels, nu snap ik waarom het busje zo gehavend is en er een scheur in de voorruit zit. De chauffeur lijkt zich er niks van aan te trekken en dendert vrolijk verder. Terwijl ik al vrees dat het tot aan de ferry zo zal gaan, begint ineens een strakke asfaltweg zonder bobbel of deuk voor de laatste paar kilometer. Mn voeten tintelen van het geschud op de kiezelweg, maar deze nieuwe weg kon zo door gaan voor rijden in de Alpen 😉 zeker als we nog even moeten uitwijken voor een koe op de weg.

 

 

Als we bij de ferry aankomen hebben we er keurig 4 uur over gedaan, maar de boot is nog aan de overkant. De chauffeur zegt dat het nog 30 minuten duurt voordat ze boot terug is, dus we kunnen nog even rondlopen. Ik moet eigenlijk plassen, maar nadat ik de houten getimmerde gaten waarboven je moet hurken in het stenen hokje zie (en ruik vooral) bedenk ik me, zo nodig hoef ik nou ook weer niet. Vanaf waar we met de boot overgaan kunnen we alleen het gedeelte van het Baikalmeer zien dat zich tussen het vaste land en Olchon bevind en de grootte van het meer komt nog niet duidelijk naar voren. Wel kon ik nu al zien dat het water super helder is. Jammer alleen dat bij de overgang ook weer zoveel troep ligt. Wat een vervuiling, wat zonde. Dan komt de boot en kunnen we over. De boot heeft maar één oprij-kant in plaats van twee, zodat de auto’s er weer achteruit af moeten. Dat duurt even en dan kunnen wij mee. De boot draait in het water zodat het weer met dezelfde kant kan aanleggen aan de overkant. De boot overgang van 10 minuutjes is inbegrepen in de prijs voor de taxi en de taxi brengt ons ook tot de eindbestemming, 37 kilometer het eiland op. Geen van de wegen op het eiland is verhard en we zitten weer heerlijk te schudden. Het eiland is aan de kant waar wij langs rijden richting het grootste dorpje ook heel kaal, bijna geen boom te zien. Na bijna iedereen te hebben afgezet komen Maaike,Marleen (de Nederlandse meiden), Olivier (een Zwitser) en ik, bij Nikita’s Homestead aan. Op het terrein staan allemaal verschillende gebouwtjes en ik zit in kamernummer 16b, in een gebouwtje waar Maaike en Marleen ook zitten, kamer 15. Ik gooi mn grote tas neer, pak mn kleintje, bekijk even de voorzieningen, die erg goed zijn voor wat ik verwachtte, en ga even plassen (want dat moest ik nog zo nodig) en dan ga ik naar buiten. De zon schijnt volop en er is geen zuchtje wind. Eerst neem ik nog even een lunch, want al het eten zit bij de prijs in. Maaike en Marleen hadden hetzelfde plan en daarna gaan we even vragen naar tours naar de noordtip van het eiland en fietsverhuur. We besluiten de volgende dag een tour naar het noorden te doen met een busje waarbij we ook een lange wandeling gaan maken, en voor de dag erna fietsen te huren om door het bosachtige gedeelte naar de andere kant van het eiland te fietsen. De meiden vinden het prima dat ik me met het fietsen ook bij hen aansluit.

 

 

Omdat de zon nog zo heerlijk schijnt besluiten we naar de Shaman rock te lopen, het is direct achter het complex waar we verblijven. De zon schijnt, er is bijna geen wind, het is echt heerlijk én prachtig. De herfst kleuren van het gras geven alles en gelige gloed en het water lijkt donkerblauw. Het einde van het meer kan je bijna niet zien en beneden ons is een strand. Als het hier niet meer dan de driekwart van het jaar zo koud was, zou dit het vakantieparadijs van Rusland zijn. Na heel veel foto’s gemaakt te hebben, lopen we door het dorpje terug. De houten huisjes zien er allemaal zo krakkemikkig en tochtig uit, en dan te bedenken dat het meer in de winter compleet bevroren is zodat je met de auto het eiland kan bereiken en dat het met gemak -35 graden kan worden. Wat zullen ze het koud hebben! Als we terug zijn bij Nikita’s loop ik in m’n eentje nog even terug, ik wil nog even verder lopen naar strand, naar het Baikalmeer. Ik zou wel een duik willen nemen zo helder is het, maar ook net zo koud! Er staat een man met twee aanhangwagens omgebouwd tot banya’s, kleine saunahokjes. Er zijn twee mensen die er gebruik van maken en na de sauna duiken ze zo in het Baikalmeer, dat wil ik ook doen! Ik besluit dat ik het morgen ga doen als ik m’n bikini aan heb gedaan. Ik vraag aan de man of hij er elke dag is en hij zegt ja, dus dat is een goed plan voor morgen. Ik ga terug en Maaike en Marleen zitten voor het restaurant aan een biertje, ik bestel ook eentje een we kletsen gezellig, we hebben het over van alles, van werk tot relaties. Na twee biertjes gaan we eten (ik in de kantine, zij in het ‘restaurant’). Ik ben rozig van de wandeling en het eten, ik neem een lange warme douch en ga om 22uur, super relaxed, lekker in mn bed.

 

 

By | 2017-01-14T13:26:30+00:00 September 17th, 2013|0 Comments

Leave A Comment