Aan het ontbijt lees ik mn Lonely Planet, en besluit om maar te beginnen met een toeristische attractie van Wellington: de botanische tuinen. Ik vertrek en ga op zoek naar de kabelbaan naar de botanical gardens van Wellington. Het is leuke stad met een gezellige vibe, overal zitten cafétjes en winkeltjes. Volgens mij moet je in deze stad gewoon genieten van de stad, ergens met een koffie mensjes kijken, Wellington heeft geen toeristische hotspots nodig.

Ik kom onderweg een outlet tegen van het merk Kathmandu en ik loop even binnen. Ik ben eigenlijk op zoek naar een legging voor trekken. Ik weet daar Fjallraven zoiets heeft, naar ik weet niet of andere merken het hebben. Ik vind een soortgelijk idee, maar uiteraard is de broek te kort.. mensen met lange benen hebben het niet makkelijk in deze wereld. Ik koop wel een longsleeve shirt met wol erin en een vestje met een rits, de pasvorm is zo goed, de mouwen mooi lang en voor maar 72 euro voor beide kan ik het niet laten hangen. Ik vind het merk nu al top 🙂

Ik stop ook nog even bij een boekenwinkel om te vragen of ze een oude kaart hebben. Oude kaarten worden zo langzamerhand een beetje mijn souvenir van al mijn reizen. Of ik doe in elk geval een poging tot het kopen van een oude kaart, want er gaat wel altijd een hele speurtocht aan vooraf. Ik zie mijn toekomstige huis al voor me: een mooie hoge ruimte met grote lijsten met oude kaarten van plekken waar ik geweest ben (een mens mag dromen hè 😉 ) Ik vind één oudere wegenkaart van Auckland en omgeving, maar nog niet echt wat ik zocht. Helaas niet bij deze boekenwinkel, maar de dame hier verwijst me naar IkoIko.

Eerst loop ik verder naar de kabelbaan, één van de hoogtepunten van Wellington (letterlijk en figuurlijk) het kleine rode treintje brengt me in vijf minuutjes omhoog. Het waait als een dolle en hier bovenop waai je bijna weg. Ik loop de botanische tuinen in en maak een rondje bij de speelplaats langs, door het bos. Het waait zo hard dat ik na het rondje terug naar beneden ga. Ik loop door naar Cuba Street, waar ik inderdaad IkoIko vind. Maar ik vind er geen oude kaart. Ik loop een volgende boekwinkel binnen en de dame hier verwijst me naar de Mapshop, een winkeltje net buiten het centrum aan Thorndon Quay. Ik trek m’n rugzak recht, ik heb wel tijd voor een wandeling.

Onderweg begint het ineens te regenen en ik maak een korte stop voor een kopje thee. Als ik bij de Mapshop aankom, werkt er een vriendelijke oudere man. Ik vraag hem naar oudere kaarten, maar hij zegt dat hij die niet heeft. Ik blader door de nieuwe kaarten die hij wel heeft en ik vind uiteindelijk eentje van de regio rondom Fox en Franz Jozef Glacier die er niet glanzend nieuw uitziet, maar een wat ouder uiterlijk heeft. De man pakt m’n kaart in, in een tasje gemaakt van een oude kaart. Ik zeg tegen hem dat dit soort kaarten is waar ik naar op zoek ben. Hij kijkt me aan en zegt ineens: ‘Kom eens mee naar achteren, misschien heb ik wel wat!’ Hij verdwijnt door een deur en ik hoor hem rommelen tussen spullen. Als ik niet direct achter hem aan kom, komt zijn hoofd weer om de hoek. Ik ben nog wat verbaasd, maar volg hem de aangebouwde loods in. ‘Kijk!’ zegt ie, ‘dit was ik helemaal vergeten.’ Hij trekt een gigantische metalen kast tevoorschijn die open gaat als een koffer en waarin wel honderd oude kaarten van Nieuw-Zeeland zitten! Ik voel me als een kind in een snoepwinkel. Hij zegt tegen me dat ik gratis mag uitzoeken, want hij vertelt me dat hij met z’n winkel gaat verhuizen en dat ie ze toch gaat weggooien. Ik staar hem met open mond aan. ‘Weggooien?!’ Ik zeg hem ze aan iemand weg te geven of te verkopen, maar niet weg te gooien! Zo veel kaarten, mooie oude kaarten, dat is zelfs wel geld waard. We bladeren door de kaarten die vooral van het Noordereiland zijn en van plekken waar ik niet ben geweest. Uiteindelijk kies ik twee, eentje van Wanaka en eentje van Lake Tekapo. Ik zag ook nog eentje van Hokitika, maar ik denk dat twee wel genoeg zijn. Het liefst zou ik ze allemaal meenemen.. ik vraag nog een keer of hij er niks voor wil, maar inderdaad, hij geeft ze aan me. Ik ben zo blij met m’n kaarten! Ik loop met een grote glimlach terug naar het hostel.

In het hostel ga ik aan de gemeenschappelijke tafel zitten en raak aan de praat met wat mensen, een paar Nederlanders, een Australiër, een Duitser. Het is wel gezellig en zodra een aantal van hen zeggen dat stad ingaan, nodig ik mezelf een soort van uit om mee te gaan voor een biertje. Een half uurtje later zit ik voor café Malthouse aan een biertje. Met Dave, Ben, Morgan, en Cilia.Op de één of andere manier voel ik me toch een beetje een vreemde eend in de bijt. Deze mensen zijn ten eerste allemaal jonger dan ik en lijken hun nomaden bestaan: leven in hostels, van baantje naar baantje, vrij zijn in de wereld, allemaal prima te vinden. Hoewel één stelletje me vertelde dat ze wel echt op zoek waren naar een vast huurappartement, maar dat dat zo lastig is in Wellington. Willen ze toch een beetje wortel schieten in deze stad die voor hen allebei de andere kant van de wereld is dan waar hun originele roots liggen. Na het biertje begeven we ons naar een pub waar ze een bovenverdieping hebben met pooltafels. Er sluiten nog een aantal mensen bij ons aan en we spelen een aantal potjes.

Dan ga ik terug naar het hostel, nog overdenkend wat ‘thuis’ betekent, en dat ik mijn stukje Nieuw-Zeeland, in de vorm van een prachtige kaart, meeneem terug naar mijn roots.